Column

16. mrt, 2019

Vijfentwintig dagen in Koerdistan waarvan tweeëntwintig in de Koerdische hoofdstad Erbil en twee nachten in Duhok, mijn geboorte district. Wat is er van die tijd blijft hangen? 

Een reconstructie. 

De vlucht met Lufthansa ging via Frankfurt. Binnen veertig minuten landen we in Frankfurt maar de reis met de bussen naar transit duurde bijna net zo lang als de vlucht van Amsterdam. Frankfurt leek op een doolhof. Trap op, trap af en kilometers lang lopen. Uiteindelijk bij de gate gekomen. Hier ook geen slurf maar met de bussen. Weer een lange rit naar het vliegtuig. Het vliegtuig was derde niet gevuld. Rond de 50 passagiers. Ik lag soms op drie stoelen en probeerde te slapen. Het lukte niet, door de vliegangst. Ik kon me niet concentreren en dus ook niet schrijven. Ik keek wel uit het raam en zag een vliegtuig dat akelig dicht bij ons vloog, voor ons en iets hoger dan wij. Beide vliegtuigen hielden dezelfde snelheid en afstand. Ik keek over de zwarte zee waarna ruim anderhalf uur boven gigantisch gebergte dat bedekt was met sneeuw, wit als de koeienmelk. De info in het tijdschriftje over type vliegtuig waarmee we vlogen stemde me niet vrolijk. Ik heb een berekening gemaakt en omdat het vliegtuig een bereik van 3.600km heeft kon het nauwelijks (als het 840km per uur vliegt) vier uur overbruggen. Maar we kwamen boven de Koerdische hoofdstad zonder problemen en konden niet landen. We maakten rondjes van maar liefst 40 minuten. En de hele tijd dacht ik aan de leeglopende tank van het vliegtuig en of de pilot wel kijkt of er genoeg brandstof in zijn vliegtuig zit. 

De opluchting was groot als we landen maar als ik in het hotel ontdek dat ik mijn iPad in het vliegtuig achter had gelaten kreeg ik een acute buikkramp. Ik, die altijd kan slapen, kan door het gemis van mijn iPad nauwelijks in slaap vallen. Ik fantaseer mijn geliefde iPad in de handen van de geheime agenten. Gelukkig kon ik hem volgende dag ophalen op het vliegveld. Hij was bijna gestikt in het plastic waarin hij gevangen was genomen. Ik verscheurde de zak en rook aan mijn iPad. Ik heb hem al vijf jaar en wij zijn gewend aan elkaar geraakt. Hij weet alles van me en ik weet waar ik mijn documenten heb opgeslagen. 

Afspraken maken in Koerdistan is bijzonder en heeft een aparte charme. Je kunt geen afspraak van te voren plannen. Diegene die ik wilde interviewen zeiden als ik in de stad ben kon ik bellen en dan kon ik pas de afspraak maken, op dezelfde dag of een dag later. Maar voor hetzelfde kan hij zijn telefoon uitgezet hebben of elders, in een ander stad zijn.

De eerste afspraak lukte. De cameraploeg was onervaren (dom heb ik blindelings op de producer vertrouwd) en hadden ruim twee uur de tijd nodig om het licht en geluid voor elkaar te krijgen. De man die ik interviewde heeft zeer belangrijk rol gespeeld in de Koerdische opstanden tussen 1962 en een decennia geleden. Hij was een naaste medewerker van de legendarische Koerden leider Mullah Mustafa Barzani die inmiddels veertig jaar geleden aan kanker overleed, notabene in Amerika, het land dat hem en zijn volk verried en steeds verraadt. De man kon moeilijk praten omdat hij een broertje had gehad. En ruim twee uur wachten op de bouw van het licht deed hem niet echt vlammen. Hij had een engelengeduld en toen we klaar waren zei hij dat hij alleen woont in dat groot huis. Zijn vrouw was een jaar eerder heen gegaan. 

Terug van het interview keek ik naar de beelden en ik schrok me de tering. Twee van de drie camera’s waren overbelicht. Gelukkig was de camera die op hem gericht was niet overbelicht en mijn iPhone had ik ook op een statief, aan het werk, gezet. 

De dag erna was noodgedwongen de cameraploeg te ontslaan. 

In het hotel had blijkbaar een hele strenge griepvirus zich in mijn lichaam genesteld. Mijn spieren konden het uitschreeuwen van pijn en koorts. Zeven dagen en zes nachten hield het bed me vast in de grote en eenzame hotelkamer. Het eten werd gebracht en de beddengoed was telkens kletsnat. Op de zevende dag besloot ik naar buiten te gaan, weer aan het werk. 

Ieder interview zoog energie uit me weg en de virus kon weer aan kracht winnen. Gember, hete Spaanse peper, paracetamol en veel water hielpen me in de strijd. 

 

Als je naar een restaurant gaat krijg je eerst een kop hete soep en diverse salades en andere lekkernij. Je bent vol  voor het hoofdgerecht op tafel wordt gezet. Het hoofdgerecht is genoeg voor twee of drie personen. Er blijven altijd veel restanten over. Waarvoor die gebruikt worden? 

Nee, ik wil niet klagen over het te veel eten maar als je niet oplet ben je kilo’s zwaarder, ziek en dik, tenminste als je jouw boord leeg moet eten. Gelukkig was ik niet verplicht om het te doen maar toch eet je iets meer dan normaal want je bent toch geïntegreerd als Nederlander en een goede Nederlander eet wat hij voor betaald heeft. 

 

Het verkeer is ronduit chaos en levensgevaarlijk. De wegen zijn erg slecht waardoor dagelijks slachtoffers vallen. Als ik na een vermoeide dag mijn hoofd op de kussen zette begon ik in mijn dromen steeds te remmen. 

Twee uur tijdverschil bracht me in een toestand van verwarring. Ik leefde in beide tijden tegelijk. Elke vrijdag was ook zondag in mijn hoofd.

Op 5 maart had ik een zware opname dag waar we ook nog zeven uur door het gebergte moesten rijden maar ik wilde live naar de wedstrijd van Real Madrid en Ajax kijken die om 23:00 uur begon. Niemand was in hotellobby behalve twee hotelmedewerkers. Het moet dan bizar zijn voor die twee om een grijze man te zien die in zijn eentje vier keer moest in de lucht springen, schreeuwen en rondjes dansen. 

Uiteindelijk gingen die vijfentwintig dagen en vierentwintig nachten voorbij. 

Het vliegtuig naar Wenen was weer voor twee derde leeg. De vlucht duurde vier uur. In die vier uren ging ik twee keer naar de wc en elke keer zat dezelfde jonge vrouw voor me en had een berg stront achtergelaten met veel toiletpapier erop zonder door te spoelen. 

In de vlucht tussen Wenen en Amsterdam zat ik naast een vrouw die haar stinkende schoenen uit deed en ik vaak naar haar gekleurde wollen sokken moest kijken. 

Amsterdam ontving me met een rukwind en bespoot me met zachte regen.

Heerlijk terug te zijn maar na een dag verlang ik weer om op reis te gaan, naar de zee en zon.

24. jan, 2019

Vlak voor middernacht en voordat ik naar bed ga zie ik een documentaire film in de serie 2Doc op ntr2. In de eerste scène zie ik een man met militair tenue te midden van een mijnenveld en dat trekt mijn aandacht. Ik blijf staan en als ik hoor dat de militair in het Koerdische spreekt ga ik weer zitten om de film af te kijken en daarmee stel ik de slaap uit. Na de opening scène zie ik een jongeman, de oudste zoon van kolonel Fakhir Berwari, die in 2014 omkwam na de ontploffing van een boobytraps (mijnen die in huizen worden geplaatst) in een huis in Zummar, een stad die dicht bij in de stad Mosul ligt. In de film zien we de oudste zoon naar de videoarchief van zijn vader kijken en commentaar leveren. Zijn vader liet alles filmen tijdens zijn werk wanneer hij de verschillende soorten mijnen en boobytraps ging ontmantelen. Fakhri Berwari ontmantelde alles met een kleine tang. Hij knipte de draden door. Zo heeft hij duizenden kleine, slimme en grote mijnen en boobytraps onschadelijk gemaakt.

 

In 2014, wanneer de islamitische staat (IS) beter bekend als Daesh, vele gebieden binnen de Iraakse en Syrische grenzen verovert is Fakhri Berwari een gehandicapt persoon en mist zijn onderrechterbeen. Hij loopt met krukken en voelt zich eenzaam omdat hij niet mag werken, hij was na dat hij gehandicapt raakte door de Amerikanen ontslagen. Hij was een majoor van het Iraakse legere die de Amerikanen hielp met mijnen ontruimen tussen 2003 en het einde van 2008. Eind 2008 raakte hij zwaar gewond terwijl hij mesen probeerde te waarschuwen voor het gevaar van explosies. Die serene van die aanslag is live opgenomen. We zien de ontploffing en als de rook voorbij is zien we hem op de grond liggen bloeden, zonder rechteronderbeen. Hij wordt in een militair Amerikaans voertuig vervoerd. Hij zou dood zijn maar later blijkt dat hij zwaargewond is en blijft lang in coma. 

Maar eerder, ook live opgenomen, raakt hij in 2005 ook gewond. Hij ontsnapte toen ternauwernood aan de dood maar hij ging een dag later aan het werk. Het was dan niet gek dat de Amerikanen hem de crazy Fakhir noemden. Amerikanen noemden hem de crazy Fakhir omdat hij de speciale pak, de beschermkledij tijdens de ontmanteling niet droeg. Hij vond de pak benauwend en niet efficiënt. 

 

Tussen 2008 en juni 2014 leefde Fakhir Berwari een eenzame en droevige periode als een gehandicapte man die op krukken moest en een been miste. 

Het brute optreden van IS in juni 2014 in Koerdistan stimuleerde hem om zich bij de Koerdische strijders te melden. Hij was dolblij dat hij weer mocht werken, de mijnen en andere explosieven ontmantelen. IS leverde met hun mijnen en boobytraps in huizen en voertuigen het meeste gevaar voor Koerden. En de rol van Fakhir Berwari was voor de Koerdische strijders meer dan welkom. Hij kreeg de rang van kolonel en kocht een prothese die hem tijdens het zware werk meestal in de weg stond. Hij had geen geld om een elektronische geavanceerde been te kopen. Voor meer dan vijf maanden redde hij met zijn werk het leven van duizenden onschuldige burgers en strijders. Hij ontmantelde duizenden mijnen, boobytraps en andere explosieven.

Uiteindelijk werd hij samen met twee van zijn kameraden waarvan een constant camerawerk deed gedood door een boobytrap. Die scène was ook live opgenomen. Het maakt indruk!

Een minuut vóór zijn dood krijgt Fakhir een telefoontje van de eigenaar van zijn huis. Deze meld t dat hij de huur moet betalen. Fakhir belooft hem zo snel mogelijk te betalen. Hij vertelde niet bij dat hij boobytraps aan het ontruimen was.

 

Sommige scènes (alles is echt en niets is in scène gezet) van de film brengen me 60 jaar terug, toen ik een kind was en zag mijn vader met de Koerdische strijders naar de stad Mosul gaan om de Koerden daar te beschermen tegen de radicale Arabische nationalisten die korte tijd in februari 1959 de stad onder controle hadden en probeerden genocide op de Koerdische bewoners te plegen en hen uit de stad te verjagen. Bizar dat de Arabische bewoners van Mosul de Koerden haten en bestrijden terwijl de Koerden hen altijd, in het verleden en in het heden helpen. Een voorbeeld: Toen Mosul in juni 2014 onder de controle en terreur van IS kwam vluchtten duizenden Arabische bewoners van Mosul en vonden in de Koerdische steden de veiligheid, onderdak, vriendelijkheid en werk.

Wat ook me in de film opviel is een telefonisch gesprek van de oudste zoon van Fakhir Berwari die iemand in Duitsland spreekt en die vertelt hoe duur een elektronisch been is. De zoon zegt dat hij helaas dat geld niet heeft. 

Ondanks het levensreddend werk van Fakhir voor de Iraakse regering als voor de Amerikaanse troepen kreeg hij geen fatsoenlijk schade vergoeding voor zijn gehandicapt of pensioen om zijn familie te onderhouden. Hij kon soms maanden geen huur betalen van zijn huis.

Ik vraag me af (nu hij inmiddels al vier jaar overleden is) of zijn familie onderkomen en een uitkering heeft. Ik hoop niet dat de regeringen van Bagdad en Erbil de verantwoordelijkheid naar elkaar verschuiven en de familie van de held in de kou laten.

De film is de moeite waard gezien te worden. De film heet The Deminer. Regie Hogir Hirori en is een Zweedse productie uitgezonden op NRT2 door VPRO. De film is zeker niet partijdig en probeert geen sentimenten aan te wakkeren. 

 

16. jan, 2019

Brutaliteit loont. Onrechtvaardigheid loont. Geweld loont. Al die dingen lonen als je Erdogan heet en de president van Turkije bent.
Zo’n uitgekookte president is uniek, moet ik toegeven. Wat Erdogan voor elkaar krijgt is ongelooflijk knap. Het zal me niet verbazen als hij binnen enkele jaren de baas wordt van het hele middenoosten. En zo ziet er naar uit. Waarschijnlijk gaat hij worden met behulp van Amerika en Rusland. Want Erdogan kan heel goed omgaan met beide grote machten. Erdogan heeft maar een principe: geen principes. Hij stelt alles in dienst van zijn macht.
De vijandschap met Rusland bereikte haar dieptepunt toen Turkije een Russische straaljager boven Syrië neerhaalde. Hierna ging het alleen maar beter. Erdogan ging naar de Russische president en wat ze bespraken weet ik niet maar sindsdien lijkt of Erdogan Poetin in zijn zak heeft.
Het zelfde doet Erdogan met de Amerikanen. Hij heeft de impulsieve Trump voor zijn karretje gespannen en straks krijgt hij een voorschot op zijn streven naar de heerschappij in het middenoogsten. Straks krijgt hij heel Noord Syrië en dan in de diepte van 20 kilometer tot zijn beschikking. Hij zal daar de Turkse vlag hesen en het gebied wordt Turks en onder de Turkse controle. En de hele operatie van landjes pikken wordt niet alleen getolereerd maar zelfs gefinanceerd door Amerika en Europa. Rusland krijgt ook voordelen hiervan, denk aan de olie inkomsten die Erdogan de Russen zal beloven.
Erdogan mag alles doen wanneer het om Koerdisch gebied gaat.
Dat de hele wereld weet en heeft onvervalste bewijzen dat Erdogan ISIS heeft mede gecreëerd, doorgang gegeven, geholpen en beschermd maakt niet uit. Dat Koerden zij aan zij met Amerika en Europa tegen ISIS heeft gevochten is geen reden voor Erdogan om Koerden niet als terroristen te zien en zo danig te belanden. Dat Amerika zogenaamd “haar Koerdische vrienden” niet in de steek zal laten is een nieuwe grap. Amerika misbruikt de Koerden altijd. In 2003 toen Navo bondgenoot Turkije weigerde Amerika en de Britten tegen dictator Saddam te helpen en weigerde de militaire basis ter beschikking te stellen stelden de Koerden hun grondgebied en tienduizenden strijders ter beschikking van de Amerikanen. En de Amerikanen hebben de Koerden in 2017 beloond om de Iraakse Troepen te helpen het Koerdische grondgebied dat Koerden op ISIS hadden veroverd om weer in te leveren en in de handen te doen van Irak dat wordt aangestuurd door Iran.

Dat de hele wereld tegen de Koerden is dwingt ze helaas niet tot een onderlinge hechtheid, een eenheid. Ze zijn altijd prooi voor hun zwaktes en helpen snel de vijand tegen elkaar.

Niet alle Turken zijn voor Erdogan. Bijna de helft is tegen Erdogan maar bijna 99% steunt Erdogan tegen de Koerden.
Straks krijgt Erdogan het voor elkaar om alle Koerdische grondgebieden te gaan beheren. Hij zal dan het Koerdische verdeelde volk van ruim 50 miljoen mensen gaan onderdrukken, zeg maar verknechten. Er zijn positivisten die zullen zeggen: ‘dan kunnen de Koerden een vuist maken want dan vormen ze een meerderheid. Vergeet het maar. Koerden zijn nooit zo sluw, nooit zo brutaal, nooit zo onrechtvaardig en gaan nooit het soort geweld gebruiken dat ISIS terroristen doen.
Met een paar duizend kreeg ISIS voor elkaar dat 50 miljoen Koerden niet kunnen, nooit. 

Wie kan durven tegen Erdogan zeggen: ga onderhanden met de Koerden, ze hebben bewijzen dat ze tegen terreur zijn. Wie durft tegen Turkije te zeggen: we gaan jullie helpen om jullie grens in de diepte van 20 kilometer binnen Turkije te beveiligen, vanaf het punt waar de Koerdische gebieden daar eindigen. Wie durft tegen de Turken te zeggen: genoeg onderdrukking van een volk dan meer dan 30 miljoen binnen je eigen valse grenzen leven.

Maar helaas niemand durft. De wereld leiders zijn gecastreerd! Erdogan heeft ze allemaal genomen.

17. dec, 2018

Op het laatste uur van zaterdagavond doe ik de deur van de koelkast open om wat te eten. Natuurlijk dit is een slechte terugkerende gewoonte. Soms heb je geen controle over de monster (misschien wurmen) die voor het slapen even wat wil eten. Ik slaap beter met een volle maag maar te vol vraagt om maatregelen. Als de deur van de koelkast laat op de avond opengaat kan het zo zijn dat van het ene het andere komt en ik opeens de helft van de inhoud van de koelkast in mijn maag opslaan. Dat stimuleert, zeg maar dwingt me, om in beweging te komen. Ik trek dan de jas en de schoenen aan en ga flik wandelen, gelukkig nu zonder stressbreuk die maanden duurde en me van het wandelen afhield. De kou is altijd vriendelijk, beetje kleverig en verwelkomt me hartelijk. De wind slaat liefelijk mijn gezicht. Wandelen in het donker heeft altijd een apart gevoel en is spannend. Zeker als je in een buurt woont waar verslaafde daklozen een dak hebben gevonden. 

Op deze late zaterdagavond heerst binnen de koelkast donkerte. Ik denk meteen aan het ergste: mijn lieve koelkast is dood. Vanaf dat moment ga ik er vanuit, en van niets anders, dat de koelkast is gestorven. De paniek slaat harder omdat de volgende dag een zondag is, niet ivm met religie maar er is een ingebouwde automatisme dat je op zondag niets kunt doen behalve wandelen en voetbal kijken. 

In bedrukte paniek en als eerst wat bij me opkomt denk ik aan de technicus van de familie, zoonlief. Het is laat om hem te bellen dus ik stuur maar een bericht en condoleer ons met het overleden van onze koelkast die bijna twintig jaar oud is. Zoonlief heeft het altijd druk, ook laat op zaterdag en zelfs op zondag. ‘Maar hij kan even tijd vrij kunnen maken voor zijn pa, met zijn twee linkere handen’, moedig ik me aan. En inderdaad, zoonlief belt en vraagt wat er aan de hand is. Ondanks het feit dat hij denkt dat hij altijd gelijk heeft en dat ik geen verstand van techniek heb kan hij me deze keer niet overtuigen dat de euvel niet aan de lamp kan liggen. Ik ben stellig van het overleden van de koelkast. Hij geeft een aantal technische tips hoe ik de (ingebouwde) koelkast moet meten en waar ik een nieuwe koelkast kan kopen cq bestellen.
Zondagochtend maak ik foto’s van de koelkast die steeds geen licht geeft als ik zijn deur open doe. Als iemand op die vroege zondagochtend me ziet met de meetlat in mijn hand en ik de metingen verricht zal zeker denken dat ik een engineer ben die zijn hele leven koelkasten heeft gerepareerd. 

Geliefde ziet me aan het werk met de meetlat en haar hart smelt opnieuw. Ze wil me haar hele leven zo zien, handig en klusjes doen. Als ze suggereert dat de oorzaak van donkerte in de koelkast met het lampje te maken heeft raak ik bijna geïrriteerd en ze legt zich neer bij mijn overtuiging en de geliefde gaat nu ook vanuit dat de koelkast moet vervangen worden. 

We peinzen lang. We leggen de voor- en nadelen in de schaal. Ik ga met haar wens, eigenlijk haar besluit, akkoord om de koelkast niet te vervangen maar een nieuwe op zichzelf staande koelkast te kopen en die in de garage te plaatsen. De motivatie voor dit besluit ligt namelijk in het feit dat de keuken is te oud en misschien bestellen we een nieuwe. 

Vanaf dat moment trek ik me terug uit de operatie ‘een nieuwe koelkast kopen’.
Geliefde gaat eerst, samen met dochterlief, uren appen. Ze gaan alle internetsites die maar iets te maken hebben met koelkasten op losse schroeven draaien. Alles wordt uit de kast gehaald. Tientallen koelkasten passeren de revue. Ik word steeds gevraagd of ik die foto wil zien en beoordelen. Na derde koelkast-foto zeg ik: ‘maak maar een keuze en ik vind alles prima.’ Toch, gaan we naar Media-Markt en BCC. Binnen beide grote winkelgebouwen blijf ik niet langer dan twee minuten. Ik ben daar ongewenst en daar ben ik mee eens. Voor de rest van de zondag kijk ik voetbal en geniet van Ajax.

Een uur voor het definitieve einde van zondag maakt geliefde haar keuze. Ik bestel een mooie koelkast bij Cool-Blue en betaal een flink bedrag.
Als ik triomfantelijk roep; het is gelukt. De koelkast wordt morgen bezorgd’, reageert geliefde rustig, te rustig: ‘Maar wacht even, volgens mij is de koelkast niet stuk. Want sinds gisteren is niets ontdooid en alles voelt koud. Alles in de vriezer is nog bevroren.’ 

‘En nu?’

‘De bestelling annuleren.’
Ja, als ruim vierentwintig uur de koelkast niet ontdooit kan je er vanuit gaan dat die springlevend is. Met ambivalente gevoelens annuleer de bestelling en ga aan de slag om het lampje, het dode lampje dat mij op het verkeerde spoor zette te verwijderen. Maar die kreng is taai. Ik moet de piepkleine schroef met mijn linkerhand probeer uit te krijgen. Dat lukt echt niet zo maar. Na middernacht besluit ik te stoppen vóór ik alles kapot maak.
Maandag ochtend ga ik weer aan het werk. In maar twee kleine uurtje krijg ik het lampje in mijn hand. Het lampje is zwart, blijkbaar levend gecremeerd. Gelukkig is de koelkast cool.

22. nov, 2018

Ik kijk naar het programma Pauw. Aan tafel bij Jeroen Pauw zit Marco Kroon die als kapitein van de landmacht in 2009 de hoogste militaire eer kreeg door geridderd te worden als Ridder Militaire Willems-Orde. Hij draagt zijn militaire tenue. Zijn hoofd is kaal en hij heeft een getrimde volle baard. Naast hem zit zijn advocaat Mr Geert-Jan Knoops. Beide heren zitten aan de rechterkant van Pauw. De tweede advocaat van Marco Kroon, de levenspartner van Knoops, zit tegenover Marco en haar echtgenoot.
De directe aanleiding van de aanwezigheid van Marco Kroon en gevolg bij Pauw is het verschijnen van zijn boek: Kroongetuige. De omslag van het boek spreekt boekdelen. Een tekening van dominante dikke tafel vult de helft van de omslag. Het is de tafel waarop Marco verkracht werd door een aantal mannen. Naast de tafel hurkt een naakte man met het hoofd gebogen in de handen. Boven het gebogen hoofd is de medaille die Marco in 2009 voor zijn heldendaden kreeg.
Twee aspecten van het verhaal worden in het programma uitgebreid behandel namelijk:
A. Hoe Marco in zijn eentje een commando missie aan het uitvoeren, in een gestolen auto waardoor hij door Afghanen werd opgepakt, weggevoerd, vernederd, verkracht en daarna vrijgelagen.
B. Hoe Marco wraak op zijn verkrachter noemt. 

Over dit verhaal (verkrachting n wraak) heeft Marco tien jaar gezwegen maar het heeft hem in al die tijd geteisterd want hij kon het aan niemand vertellen, zelfs niet aan zijn vrouw.
Ik heb geen enkele reden om te twijfelen aan Marco’s verhaal. Ik vind het verschrikkelijk als iemand mishandeld wordt en mijn bloed kookt als ik hoor dat iemand verkracht is.
Echter, tijdens het luisteren naar zijn verhaal (ik heb het boek niet gelezen) komen een aantal vragen bij me op.
Marco vertelt dat hij gebonden op de tafel moest liggen en is daarna verkracht. Mijn vraag is lag hij met zijn hele lichaam op tafel of stond hij gebukt met zijn buik erop? In het eerste geval is het moeilijk voor de verkrachter om hem te penetreren zonder pijn in zijn knieën te krijgen.
Marco zegt dat hij twijfelde of hij wel of geen verzet moest bieden, bij de verkrachting. Hij bood uiteindelijk geen verzet, zegt hij, omdat hij zijn vrouw en kinderen wilde terugzien anders had hij zich doodgevochten. Begrijpelijk maar was hij in staat om verzet te bieden? Je ligt naakt gebonden op een tafel. Je ziet niets. Je hoort alleen gewapende dronken barbaren die je willen verkrachten. Kan je op dat moment aan je gezin of aan je werkgever denken? 

De wraak actie van Marco roept ook wat vragen bij me op. Hij beweert dat hij op zoek was naar zijn verkrachter om die te arresteren. Marco was weer alleen in een auto, in een donkere avond zag hij zijn verkrachter bij een controle post. De verkrachter was samen met nog iemand. Marco kreeg signaal om de lichten van de auto uit te doen. Dat deed hij en de verkrachter kwam op hem af. Marco opende de autodeur en gingen de binnenlichten aan waardoor de verkrachter heeft hem herkent. Vervolgen schoot Marco zijn pistool leeg op de man. Marco vertelt niet of hij die man vanachter het stuur doodde of was hij al uitgetapt? In het eerste geval zou hij, als hij rechtshandig is, door de ruit moeten hebben geschoten. Maar misschien schoot hij met de linkerhand. Hij is toch opgeleid als commando. En wat deed de verkrachter en zijn maat die (AK47) geweren droegen? Stonden ze verlamd van angst of hebben ze terug geschoten? Marco beweert dat hij eerst die verkrachter doodde door zijn pistool op hem te legen. Daarna heeft hij het geweer van de verkrachter gepakt en de hele magazijn (30 kogels) op het kruis van de verkrachter schoot. De vraag is heeft Marco eerst de verkrachter gedood en meteen de tweede man? En daarna schoot hij het kruis van de verkrachter aan diggelen? Dat moest haast wel anders had die tweede man op Marco geschoten.
Marco vertelt dat hij al dat gedoe moest geheim houden omwille van de Nederlandse missies in Afghanistan. Maar bracht Marco daarmee zijn collega’s niet in gevaar? Zijn collega’s hadden best bij een debriefing zijn ervaring gebruiken en ellende voorkomen.
Marco vertelt dat hij hierna weg wilde bij defensie maar wilde zijn maten niet in de steek laten. Hij opende een kroeg maar bleef in dienst bij defensie.
En die kroeg bezoedelde enigszins de glans van zijn ridderschap. Een paar maanden na dat hij ridder werd stelde het Openbaar Ministerie een onderzoek in naar hem op verdenking van overtreding van de opiumwet en de wet wapens en munitie.
Zijn advocaat in die zaak was zijn huidige advocaat Geert-Jan Knoops. Deze verweet toen het OM te veel publiciteit voor de zaak te hebben gezocht.
Nu zit dezelfde advocaat Ridder Marco bij te staan om die aan publiciteit te helpen voor een zaak dat defensie, op zijn zachts gezegd, niet blij maakt en zijn commando-collega’s niet veiliger in staat stelt.