17. sep, 2013

Verjaardag in een dure hotel

Wat doe je als een vriendin uit Italië op bezoek komt? Een vrouw die nog nooit in Nederland is geweest en die veel van Amsterdam gehoord heeft. Een vriendin die komt om haar 43ste verjaardag te vieren en bij een Nederlandse vriend komt logeren. Een vriend die ergens in een provincie woont waar de wind en de molen een samenzwering hebben afgesloten. Wat doe je als je uitgenodigd wordt voor een etentje in een van de meest cheque en dure hotels van de wereld, om de verjaardag te vieren? 

Je wilt natuurlijk helpen haar bezoek te laten slagen, een goede indruk van Amsterdam geven, zeker voor iemand die haar verjaardag speciaal in Amsterdam viert. Je kijkt in je agenda. Je ziet dat je op die dag in Den Haag moet werken. Je biedt de vriendin en haar vriend bij wie ze twee nachten logeert, om de kosten van de verjaardagnacht in het dure hotel betaalbaar te maken, voor een wandeling op het strand van Scheveningen. Je vraagt daarbij weer een vriend die, toevallig in Scheveningen woont. Een vriend die op zijn beurt bevriend is met de Italiaanse vriendin en haar vriend uit de natte en winderige provincie. Je organiseert een soort reünie. En je loopt daar, aan de boulevard van Scheveningen, drie mannen met een geblondeerde brunette. Wat doe je dan als de wind heel blij en hyperactief is? Wat doe je als de meeuwen onbeleefd zijn en ze de mensen die al lopende eten, aanvallen? 

Je probeert aan de wind te ontsnappen, beschutting zoeken. Je loopt langs een tent, vier luie stoelen rond een vuur, knipogen en gebaren: kom binnen. En je loopt naar binnen. Je zit en de witte stenen vatten geen vlammen, het vuur danst en brandt, alleen zichzelf. De stenen blijven wit.

De herinneringen vatten geen vlam maar springen over en weer. Er wordt gelachen. Er worden foto’s gemaakt. Er wordt gegeten en gedronken. Er wordt naar de tijd gekeken. Er worden handen geschud. 

Je weet niet wat je als cadeau moet geven, een barbaar ben je op dat gebied. Je vraagt de vriend of hij wilt iets regelen. Hij twijfelt maar gaat toch proberen. Je bent opgelucht. 

Een paar uur later zit je in het dure hotel restaurant, aan de Amstel, aan het raam en je hebt een mooi overzicht. De jarige vriendin uit Italië en de vriend uit de Nederlandse provincie zitten tegenover je. Je kijkt om je heen. Niemand lijkt rijk. Mensen dragen gewone kleding. De bedieners zijn goed gekleed, hebben een vlotte babbel en komen vaker. Het is fijn maar je moet nog aan alles wennen. Je maakt foto’s. Zij maken foto’s. Iedereen maakt foto’s. Je verstuurt de foto’s naar de iPhones, 20 centimeter verder. De jarige en de vriend sturen foto’s naar je iPhone, twintig centimeter verderop. De jarige belt met haar mama, met haar broer. Er is live video verbinding met de broer. De broer zwaait naar je en naar de andere vriend, daar aan het raam, in het dure hotel restaurant aan de Amstel. 

Je probeert het geluk in de ogen van de jarige te zien, je probeert het geluk in haar ogen te lezen. Haar ogen zijn moe. Misschien ben je wat het lezen van het geluk betreft, in de ogen van de anderen, een analfabeet, niet geletterd. Je probeert te begrijpen waarom mensen hun verjaardag in een ander land vieren. Je wilt weten: is dat geluk of vlucht. Je komt nergens achter omdat die vragen alleen in je hoofd blijven zitten, even flitsen en weer verdwijnen. De cadeaus worden uitgepakt. Je hebt bewondering voor je vriend. Je zou nooit op het idee gekomen zijn voor een dergelijk idee. 

En je belooft de jarige (als een extra cadeau) de volgende dag, een rondleiding in Amsterdam. Je schudt de handen en je verlaat het dure hotel. Je loopt en je hoort de wolken je stiekem naderen, aanvallen. Een wolkbreuk blijft braken. Je rent en rent, je raakt buitenadem. Je bent zwaarder, twee keer zo zwaar als normaal. Normaliter houd je van regen, niet van de wolkbreuk. 

De volgende dag sta je exact om 12.00u in de lobby van het dure hotel, je neemt de Italiaanse vriendin mee. Jullie lopen door de bloemenstraat, koningsplein, leidsestraat en leidseplein. Je legt uit en vertelt, maar vooral wacht en luistert half naar de telefoongesprekken die uit Italië komen waaien.

In het culturele en politieke café is het warm, druk en gezellig. Je zit met je gast in de hoek. Even later komt de ex-dichter des vaderlands zitten. Zijn dunne macbook komt te voorschijn, de hoofdtelefoon wordt in de oren gedaan en hij tikt, onophoudelijk. Naast je komt een jonge brunette zitten, zwaar opgemaakt, en haalt ook een macbook te voorschijn. Haar macbook is iets dikker dan dat van ex-dichter des vaderlands. Haar vingers zijn slomer met het tikken. Ze wordt vaker afgeleid door haar iPhone berichten, net als de Italiaanse die ook een paar telefoongesprekken af moest ronden. Elke foto die ze maakt stuurt ze naar mama en wacht op haar commentaar. Je wordt van alles op de hoogte gehouden maar je verdwaalt steeds vaker met je gedachten en je hoort niet eens de helft.  

De wandeling heeft geen paraplu nodig. De weg leidt naar de wallen, haar wens. Jullie lopen daar. Je kijkt naar de mannengezichten die door de stegen lopen. Fascinerend. Je hoort de vrouw op haar eerste dag, in haar Nieuwjaar, regelmatig roepen: ‘O my GOS’