26. sep, 2013

2 fragmenten deel 41, Het Mysterie RvL

De verpleegster draaide zich naar me om en zei: ‘Ik denk dat het verstandig is als u naar huis gaat. Het kan nog even duren.’ Klaas stopte en kwam terug lopen. Hij keek me aan en zei: ‘Ik krijg straf, misschien wordt het de isoleercel. Ga, die moslim en dat varken hebben me aangeklaagd.’ Hij draaide zich weer om en liep kalm voor de verpleegster uit. Ik bleef daar staan. Als het had geholpen om de schuld van het strooien van bloem op de gezichten van die twee slapende mannen op me te nemen, had ik dat wel gedaan. Misschien hadden ze me dan ook opgesloten. 
Ik  voelde dat ik niet weg wilde gaan. Zeker niet zonder te weten wat er met Klaas ging gebeuren.  Een verpleger, althans ik nam aan dat hij die functie bezat, kwam op me af en zei: ‘Mijnheer, de bezoektijd is afgelopen. Wilt u de inrichting verlaten?’ Ik voelde een soort buikkramp opkomen. Mijn benen werden slap en ik had het gevoel dat ik moest plassen. Ik keek naar de man en zei: ‘Natuurlijk,  natuurlijk zal ik weggaan. Mag ik  u alleen verzoeken nog even te gaan zitten want ik voel me niet zo lekker.’
 
 ....
 
 Ik liep met de verpleger de linker gang in en verdween in een kleine ruimte. 
Ik haalde direct mijn telefoon uit mijn zak en drukte het nummer van Ida in. Waarom ik Ida wilde bellen was een raadsel voor me. Soms doe je dingen automatisch, zonder er bij na te denken. Ida en Klaas horen bij elkaar, dacht ik. Klaas zit in de puree dus moest ik Ida bellen om hulp te vragen. Ik was even vergeten dat de oorzaak van zijn gekte, van het feit dat hij in de psychiatrische inrichting opgesloten zat, de schuld van Ida was. Terwijl de telefoon rinkelde wilde ik ophangen maar dat deed ik niet. 
‘Met Ida Altoro’, zei ze slaperig.
‘Hoi, ik ben bij Klaas en hij krijgt straf.’
‘Wat? Zeg het nog een keer.’
‘Sorry dat ik je stoor maar ik ben nog bij Klaas. Ik ging bij hem op bezoek en hij zit nu bij de psychiater en ik denk dat hij straf krijgt.’
‘Waarom’, vroeg ze sloom.
‘Slaap je? Begrijp je of hoor je wat ik zeg?’
‘Ja, ja. Klaas werd bij de psychiater geroepen en misschien zal hij straf krijgen. Maar waarom, vroeg ik.’
‘Ik geloof dat ik het weet.’
‘Vertel dan.’
‘Moeten we voor ik het vertel niet iets doen? Ze hebben me gevraagd het pand te verlaten.’
‘Waar ben je nu?’
‘Op de wc.’
‘In het gebouw?’
‘Ja.’
Ida lachte hartelijk. Haar lach eindigde weer vals.
‘Wat een stelletje oenen. Maar wat heeft hij dan gedaan?’
‘Dat vertel ik niet. Dag Ida.’