22. nov, 2013

Verlangen djihadisten naar het decor van het Koningspaar?

Twee foto’s staan op de voorpagina van mijn krant, Trouw. Twee contrasten met een uitstraling: trots. Op de ene foto staan drie gewapende Djihadisten in Syrië met enige trots naar het fototoestel te kijken die hen zou vereeuwigen. Twee van hen met de loop van het geweer naar de grond gericht en de middelste met het geweer op de schouder. De middelste draagt ook een baret, een groene baret en zijn baard is langer dan de andere twee jongemannen. De middelste is een Nederlander, een ex-Nederlandse militair. Ik wilde het artikel dat zich verder in de binnen pagina’s begint lezen maar na de eerste zin hield ik er mee op. Ik las dat de moeders van jonge Nederlandse moslims bang zijn dat hun zonen geronseld worden voor de oorlog, de oorlog die geen winnaars kent.
Ik kijk verder naar de andere foto. De twee figuren die trots zijn en trots uitstralen kijken niet in de lens van de camera. Terwijl de achtergrond, het decor, van de foto van de djihadisten een stad is zien we op de achtergrond van de foto van het koningspaar vooral blije applaudisserende jonge mooie vrouwen. De blonde haren van de koning wapperen in de lucht. Zijn rechterarm in de lucht met een vuist. In zijn linkerhand een zwarte microfoon. Aan zijn linkerzijde kijkt de mooie koningin trots naar hem. Haar rechterhand zwaait ook in de lucht, zonder vuist. Haar haren wapperen en het lichtval geeft de haren een extra glans. De blik van de koningin zie je niet frontaal in beeld maar van de zijkant en toch zie je en voel je dat haar blik een vulkaan van liefde en trots is tijdens de uitbarsting. Haar oorbel kust zacht haar hals, trots dat hij daar gedragen wordt.
Twee verschillende werelden met misschien dezelfde verlangens: gelukkig te zijn. Misschien zijn de mensen op beide foto’s gelukkig zijn op het moment van de opnames.
Zouden de bebaarde gewapende jongemannen op de eerste foto die voor een plek in het paradijs vechten, wanneer ze het decor van de tweede foto zien, zich iets bij kunnen voorstellen dat dat het decor van het paradijs is waar ze voor vechten? Dat die jonge mooie schoudernaakte vrouwen achter het koningspaar een aantal van de zogenaamde maagden die zij als beloning zouden krijgen? Mochten ze zo denken kunnen ze misschien beter een trip naar de eilanden doen waar het koningspaar was en op zoek gaan naar die maagden, zonder zich eerst te laten doodschieten of zichzelf opblazen. er ligt wel een nadeel aan; de kans bestaat dat niet een ieder er zeventig kan scoren maar dat is ook niet zo zeker in het paradijs, dat virtueel blijft.