4. jun, 2014

Bestrijd kinderprostitutie tijdens de WK in Brazilië

Al weken probeer ik naar de burgerzaken bij de gemeente te gaan om een nieuw paspoort aan te vragen. Mijn huidige paspoort loopt binnenkort af. Bewapend met het oude paspoort, een pasfoto waarop mijn beide oren zichtbaar zijn en geen glimlach is te bekennen, ook niet in de ogen, loop ik naar de burgerzaken. Het nummertje A069 is van mij. Ik ben gek op getallen en 69 staat in balans. Het nummer in balans wordt snel geroepen. De medewerker is een allochtoon, in ieder geval zijn huidskleur komt niet oorspronkelijk uit Nederland. Terwijl hij mijn gegevens in de computer tikt kijk ik rond naar de rest van zijn collega's. Bijna allemaal allochtonen. De ene is dun, de ander is kaal en weer de ander is dik maar hun kleur, de oorsprong van hun huidskleuren is niet van hier. De medewerker heeft een vriendelijk en gladgeschoren gezicht en behandelt mijn aanvraag met verve. Ik pin het bedrag en wens hem een goede dag. Het stadhuis lijkt minder druk dan normaal, bijna leeg. Buiten druppelt de regen langzaam. Ik loop in de regen en stop bij een boekenwinkel. In de etalage zie ik Yahya Hassan staan. Hij is vaak in het nieuws en zijn gedichtenbundel heeft een historische record voor een gedichtenbundel in Denemarken gebroken. Ik heb eerder over hem gelezen. Dat hij durft de foute daden van allochtonen vooral van de moslimgemeenschap in Denemarken aan de kaak te stellen. Hij wordt bedreigd en krijgt beveiliging. 

Ik loop de winkel in en wil een paar van zijn gedichten lezen. Alle gedichten zijn met hoofdletters geschreven. Ik vind lezen met hoofdletters niet prettig. Ik hoop dat de rest van de lezers geen problemen met hoofdletters heeft. De hoofdletters zijn niet de enige die mijn schouders even op laten halen en weer met rust laten. De gedichten die ik lees zijn eerder korte verhaaltjes en missen de poëtische taal en beeld. Ik leg hem neer en raap Maarten Bril op. Ik lees de column die zich vrijwillig aanbiedt bij het openslaan van het boek. Het gaat over de boete die Maarten krijgt omdat hij op de stoep fietst. Maarten schrijft mooi. Helaas is hij gestopt met schrijven, al vijf jaar. Althans we kunnen geen nieuwe columns van hem verwachten, nooit meer. 
Ik loop terug en er komt een slanke lange blonde en vrolijke jongeman op me af. Meestal negeer ik elke straatverkoper van kranten en dergelijke maar deze heb ik niet kunnen mijden. Hij biedt me een oranje balon aan met een glimlach en vraagt of ik van voetballen hou. Natuurlijk hou ik van voetballen. Ik heb altijd op blote voeten gevoetbald en hou nog vele littekens van over. Hij zegt of ik wist dat al die voetbalsupporters naar de WK gaan in Brazilië. Ik knik. Hij zegt er is wel een andere zijde van het voetbal, dat bepaalde supporters zich zouden vergrijpen aan de kinderprostitutie daar. Hij wil tien mensen, tien donors scoren. Hij heeft er drie en aait over mijn linker bovenarm en zegt vriendelijk of ik de vierde wil zijn. Ik kijk naar hem. Ik kijk naar de oranje balon in mijn hand en er komen beelden op me af, uit de arme wijken van verschillende delen van de wereld. Beelden die recent door Peter R de Vries gemaakt en uitgezonden zijn, in zijn programma over de gres. Ook de meisjes die door Boko Haram zijn gegijzeld passeren de revue. Ik zie hier in een taak voor Peter R de Vries. Hij is deskundige op beide gebieden en bestrijdt de criminaliteit. 
Ik treed uit mijn lichaam en kijk naar de vrolijke man die idealen heeft om de kinderprostitutie in Brazilië tijdens de WK voetbal te gaan bestrijden. Ik kijk naar me zelf die geen idealen meer heeft en een cynicus is geworden en vraag me af: doet hij het of doet hij het niet?