3. jan, 2015

Het syndroom dat iedereen mag hebben...

Er bestaan interessante syndromen, grappige syndromen. Jammer dat die zeldzaam zijn. Ik lees vanmorgen in dagblad Trouw een artikel over het zeldzame Foreign Accent Syndrome (FAS). Terwijl ik het lees komen vele herinneringen naar boven, grappige herinneringen. Eindelijk iets grappigs in deze donkere, winderige, natte en koude dagen waar het slecht nieuws domineert, de eerste viool speelt. De artikel van Marieke Kolkman begint zo: 'Het bestaat echt. Mensen die op een dag niet meer spreken zoals ze daarvoor deden, maar opeens een dik accent hebben uit een andere taal. krijgt de laatste tijd meer aandacht in de wetenschap.'

Dit begin brengt me meteen terug in de tijd. Ik ben in Bagdad. We, ik een een paar linkse studenten, ontmoeten een vriend van ons die een jaar in Frankrijk had doorgebracht, slechts één jaar. Hij spreekt Arabisch met een zwaar accent en mengt af en toe een woord dat Frans klinkt. We zijn onder de indruk. Ik, misschien ook ander studiegenoten, zijn jaloers. Hij maakt een verpletterende indruk op ons. Ik verdwaal met mijn gedachten en als ik alleen terugloop begin ik te twijfelen. Ik kan niet geloven dat iemand in een jaar zijn moedertaal niet zonder buitenlands accent kan spreken. Mijn twijfels komen door dat ik als Koerd al jaren in Bagdad was maar thuis sprak ik nooi Koerdisch met een Arabisch accent. Ik mengde mijn moedertaal met Arabische woorden maar dat accent, dat rare accent had ik niet. De volgende dag probeer ik mij verder te verdiepen in het Franse accent waar mijn studie genoot sprak. Ik kijk naar de tv die toen beheerst werd door de Egyptische series. En ik zie wat rand figuren het Arabisch met buitenlandse accenten spreken en dat is puur komisch bedoelt, bijna satire. Aha. Het kwartje valt. 

Jaren later als ik in Nederland terecht kom zie ik de Koerden, Marokkanen, Turken en andere buitenlanders die jaren hier wonen en bijna uitsluiten hun moedertaal spreken. Ze bakken er niets van, ze spreken de taal van het gastland niet of nauwelijks. Ik ben er dan van overtuigd wanneer die mensen met vakantie naar hun herkomstlanden teruggaan dan spreken ze hun moedertaal met een accent, met een zwaar accent. Een echtpaar dat in Nederland geen Nederlands kan spreken begint ineens in een Turks of Marokkaans dorp onderling Nederlands te spreken. Dat maakt natuurlijk indruk op de dorpelingen die nooit een buitenland hebben bezocht of een buitenlandse taal hebben gekend. 

Op een dag bij een cursus Nederlands vertelt een medecursist dat hij hoopt dat hij op een dag zal wakker worden, zijn moedertaal zou vergeten en uitsluitend de taal van het gastland zou spreken. Zijn wens komt diep uit zijn binnenste en maakt indruk op me. Ik begrijp zijn frustratie, de taal barrière voor iemand die na zijn vijftigste moest vluchten en een andere taal moest leren. 

Nu ik in de kennis gesteld word van dat grappige syndroom vind ik dat het als de oplossing kan fungeren voor vele etnische, sociale en discriminerende problemen. 

Je hoeft geen herseninfarct te krijgen, geen auto-ongeluk, geen heftige migraine aanval en je hoeft geen klap op je hoofd te krijgen om in de netten van dat syndroom te gaan verkeren. Je kunt het zelf doen. Een accent nadoen moet niet zo moeilijk zijn. Of heb ik geen gelijk?