21. jan, 2015

Imam: Jihad voeren tegen Jihadisten...

Op de eerste rij, direct voor me, zitten de belangrijke religieuze Joden en moslims. Ik heb nog nooit, zo dichtbij, de religieuzen gezeten. Zeker niet bij Joodse geestelijken. Ik kijk naar het kleurrijke keppeltje op het hoofd van de man die voor mij zit en twijfel of hij een moslim of een jood is. Zulke keppeltje heb ik ook ooit gedragen, toen ik kind was. Bijna alle mannen in het dorp droegen zulke keppeltjes. 

De drukte wordt steeds groter, het wordt bijna benauwd. De pers is massaal aanwezig. Twee muzikanten zijn aan het spelen.  Een mooi instrument dat op gitaar lijkt klinkt niet als gitaar en ís geen gitaar. 

De avond van Salaam Shalom in Belcampo begint met een live verbinding via Skype. Voor de camera zitten een grijs bebaarde Rabbijn, een gladgeschoren Imam en een tolk. Beide geestelijken zijn enthousiast, de zaal ook. De zaal moet een paar keer, met de rechterhand, het v teken maken en met de linkerhand de hand van de naaste vasthouden. 

De optredens beginnen. Alle dichters, zangers, musici en geestelijken doen vrijwillig mee. 

Er zijn nauwelijks moslima's met hoofddoeken. Eindelijk zie ik twee moslima's die een soort hoofddoek dragen. De ene heeft alleen de haren bedekt, de andere ook de hals. 

De burgemeester wringt zich in een stoel tussen een jood en een moslim, slim. Hij houdt een speech. De speeches van burgemeesters lijken bijna altijd hetzelfde. Het kan aan mij liggen. De kern van de boodschap is: Amsterdam is voor iedereen, moet veilig blijven en we moeten solidair met elkaar zijn om de terreur geen kans te geven.

Later geeft Asscher iets dergelijks maar hij is meer kritischer en genuanceerder. Het lijkt pessimisme maar het is de realiteit wat hij vertelt. Hij heeft moeite mee dat de moslim jeugd een soort antipathie voor onze samenleving heeft maar koestert de hoop op verandering.

Ik denk na over de reden van de antipathie. Ik zie een driehoek: thuis, moskee en school. Dat zijn de plaatsten die ieder kind beïnvloeden. Ik denk aan een foto van een imam met een zware wapen in de hand. De foto is onlangs in dagblad Trouw uitgekomen. De Iman is aan het preken, met het geweer in de hand.

Als ik later een rabbijn en een imam samen zien staan, hand in hand, het publiek spreken herken ik in de imam een zachtaardige man, een bijna timide. Die imam zal nooit kwaad preken: 'we moeten jihad voeren tegen de jihadsiten', zegt hij kalm, bijna verlegen.

Ik doe mijn ogen even dicht en droom van een maatschappij zonder religieuze conflicten. Ik hoop dat mijn droom geen utopie is.

Thuis zie ik een nieuwsitem over de avond. De enige vrouw met hoofddoek in het publiek werd geïnterviewd. Ik had liever de zangers met de prachtige stem, prachtige krullende haren gezien, een tiener en modern geklede moslima. Dat had beter bij de avond gepast. Maar ik ben niet diegene die de nieuwsitems bepaalt en daarmee de beeldvorming van het grote publiek.