15. mrt, 2015

De dood doet René Gude geen pijn...

Beste René, 

Jouw bezigheid met de dood is voorbij. Nu heb je geen last meer, van niets. Niet van je ziekte die jouw teisterde. Niet van de pijn die de ziekte veroorzaakte. Evenmin van de dood. Volgens de mensen die in het hiernamaals geloven zou je nu weten wat de dood is. Maar ik geloof dat je nu niets weet, helemaal niets. Jouw kennis, jouw gedachten en jouw gehele denken is er niet meer. In filosofische termen zijn jouw gedachten onsterfelijk want je was slechts een middel, een sterfelijk middel, dat de onsterfelijke gedachten vertegenwoordigde en aan de man bracht.

Ik hoorde het nieuws van je sterfte via de radio. Ik was onderweg naar de pont aan het IJ, de pont aan Buiksloterweg. Ik wijzigde de route en ging naar de pont aan het Ij-plein waar je woont, woonde. Ik stond daar naar je huis te kijken. Mijn gedachten gingen terug naar onze kennismaking van bijna achtjaar geleden. In jouw bootwoning aan het IJ hebben we samen met de rest van de leden van de denktank cohesie Amsterdam noord broodje gegeten. Ik vond het een prettige kennismaking. Hierna hebben we drie jaar in denktank cohesie regelmatig van gedachten gewisseld. Ik hield op met gezamenlijk denken vóór je rechterbeen geamputeerd moest worden. Toen je benoemd werd tot de denker des vaderland wilde ik even langs komen, met bosbloemen. Ik twijfelde en dus ik kwam niet. Een paar maanden later had ik dezelfde gedachte maar die heb ik ook laten varen.

Je hield vlammende betogen over je aankomende dood. En laatste dagen was je dagelijks in de krant.

Op de avond van je sterfdag reed ik naar Den Haag om een lezing te houden. Nee, geen filosofische lezing.  Eerder dacht ik aan een soort cabaret. Ik wilde mensen vermaken door hen filosofische gedachten aan te reiken. Ik heb aan jou gedacht en enigszins was ik blij dat het zaterdagavond was. Anders had ik DWDD gemist die zeker een item aan jouw sterven zouden besteden. Onderweg naar Den Haag moest ik ook aan je opvolger denken, aan de Denkeres des vaderland die beweert een tussendenker(es) te zijn. Volgens haar zou jij een mee-denker zijn, jouw voorganger een tegen denker en zij is een tussen denker. Om dat uit te leggen moest ze op de schoot van Matijs, de presentator van DWDD zitten. Ze vond hem leuk. Zou dat haar filosofie wel beïnvloeden? Zou de relatie van een filosoof met mensen en omgeving zijn/haar filosofie invloeden? Je kunt helaas die vraag niet meer beantwoorden.

Ik denk dat ik het weet. Tijdens mijn optreden voor een publiek die voor grotendeels de taal niet kende en in een religieuze cirkel draaide was een humoristische filosofie niet op zijn plek. 

Ik denk dat je dat zou interessant gevonden hebben en misschien een artikel aan kon besteden. Te laat. Ik durf dat niet aan je opvolger voor te leggen. Niet omdat ik bang ben dat ze op mijn schoot gaat zitten maar dat ze tussen dat publiek gaat zitten en daardoor beïnvloed wordt. En niemand zou dan de gevolgen voor het denken des vaderland weten van komende twee jaar.