17. mei, 2015

Sinds 1988 demonstreer ik niet!

Ik kreeg een uitnodiging, van een FB vriendin, voor deelname aan een demonstratie. De FB-vriendin komt oorspronkelijk uit Rojhalat, oost Koerdistan. De demonstratie is georganiseerd naar aanleiding van de dood van de jonge Koerdische vrouw Farinaz Khosrawani die tijdens haar vlucht voor verkrachting van het hotelgebouw, waar ze werkte, doodviel en daarmee een volksrevolutie ontketende (Ik schreef eerder een column over Farinaz dat ze de weg opende voor de strijd voor de onafhankelijkheid van oost Koerdistan).
Toen ik de uitnodiging op zaterdagavond las, kreeg ik een ambivalent gevoel. Aan de ene kant vind ik het zeer terecht dat de zaak van Farinaz en de Koerdische opstand in oost Koerdistan aandacht krijgt. En ik vind dat elk mens die van vrijheid houdt voor de Koerden op moet komen, vooral elke Koerden moet dat zeker doen. De Koerden moeten alle middelen gebruiken om de onafhankelijkheid te bereiken. Aan de andere kant weet ik dat ik geen deel neem aan welke demonstratie dan ook. Ik doe dat niet omdat ik in 1988 dat besloten had. Inmiddels weet bijna de hele wereld dat op 16 maart 1988 de Iraakse vliegtuigen hebben de Koerdische stad Halabdje met chemische bommen bestookt. In een paar minuten vielen 12 duizend slachtoffers waarvan bijna vijfduizend doden. Bijna alle dieren van de stad werden ook gedood door de gif.
De Koerden hebben toen een grote demonstratie georganiseerd. De demonstratie ging richting de Iraakse ambassade. De verzameling en startpunt was op het Maliveld in den haag. Al daar vóór men kon starten met de demonstratie waren verschillen tussen de verschillende deelnemende Koerdische partijen. Elke partij wilde haar eigen partijvlag dragen (geen enkele partij had de vlag van Koerdistan) en het waren vele partijen. Ik merkte dat de rivaliteit zo diep was dat ik twijfelde of men werkelijk voor die Koerdische slachtoffers was gekomen. Het was meer partijenpropaganda dan een demonstratie tegen de Iraakse regering. Het is bitter om dit te concentreren. Het is misschien ook niet de tijd om hier en nu over die verschillen te hebben. Ik had het niet over wilde hebben als ik er niet van overtuigd was dat juist die verschillen, de oneindigheid van Koerden, de Koerdische zaak nekt en in de weg van de onafhankelijkheid van (delen) Koerdistan staat.
En dat heb ik, tot mijn grote frustraties en die van voorstanders van de Koerdische onafhankelijkheid, onlangs weer gemerkt. Terwijl het gevaar zeer naderbij was dat ISIS Koerdistan zou bezetten waren de Koerdische media meer bezig voor hun partijpropaganda dan met de genocide die de Koerdische Yezidies meemaakten. En nu, helaas, zijn er Koerdische partijen en personen die liever onderdrukt willen blijven dan wanneer Koerdistan door een rivaliserende partij onafhankelijk zou worden.
Mijn hart wilde dat ik vandaag tussen de demonstranten was maar mijn verstand hield me tegen. Ik wilde gewoon niet zien dat de rivaliteit en vijandelijkheden tussen de Koerden nog steeds groot zijn.
Ik hoop dat ik ongelijk heb.