15. mrt, 2016

De falende zin van Beatrice de Graaf...

Het is zaterdagavond. Het nieuws is voorbij. DWDD die normaal vijf avonden per week in prime-time, vóór het nieuws van achtuur, wordt uitgezonden vindt het nodig af een toe een college buiten de reguliere tijden uit te zenden. De hele uitzending wordt gelegd in de handen van een geleerde. Deze keer viel de eer aan Beatrice de Graaf. Ze geeft een college over terrorisme. Beatrice begint met voorlezen van een citaat uit de Boze Geesten van Dostojewski die zijn roman in de negentiende eeuw schreef. Zijn roman verscheen eerst (1871-1872) in afleveringen in het tijdschrift "De Russische Bode". Het boek bevat bijna achthonderd pagina's en is altijd indrukwekkend maar ook omstreden geweest. De Nederlandse schrijver Karel van het Reve schrijft op de achterzijde van de Nederlandse uitgave (4de druk 1984) van de boze geesten het volgende:'De grootste terrorist is hier eigenlijk Dostojewski zelf: op drastische wijze slacht hij op het eind bijna alle personen in het boek af, want van revolutie, meende hij, kan nooit iets goeds komen.'
Dit citaat geeft bijna de gedachten aan die Lenin over hetzelfde boek had. Lenin was de leider van de communistische revolutie die Rusland, met geweld, van haar Russische Monarchie ontdeed.
Beatrice had een boeiend verhaal. Ze had zich goed voorbereid en koos een academische structuur voor haar lezing. Afgezien van het feit dat ze een mooie gestalte heeft, dat er een mooie rode jurk haar slanke lichaam omhelsde, dat haar blonde haren (de professor) een seksueel aantrekkelijk look gaven, dat de hoge hakken af en toe je aandacht proberen te trekken wanneer die in de studio het slanke lichaam droegen, blijf ik geconcentreerd luisteren. En omdat ik geconcentreerd luister kan een zin, een verkeerd zin, de schoonheid van een vrouw, de zakelijke structuur van de lezing van de professor bederven. Had ik maar tijdens die zin, de falende zin, niet geluisterd. In haar goed voorbereide verhaal zei ze prompt dat de terroristen leiders worden altijd opgepakt. In een adem noemde ze Osama Bin Laden en Abdullah Ocelan. Van Osama kan ik het goed begrepen want ze sprak voor het meren deel over het islam-terrorisme dat door Osama werd geleid maar ik kan het betrekken van Ocelan (de leider van PKK, de Koerdische Arbeid Partij, die sinds 1999 in een Turkse gevangenis zit) in een adem met Osama niet begrijpen. Waarom? Omdat Beatrice, in haar lezing, het helemaal niet had over de Koerden. Ook niet dat de Koerden, bijna twee jaar, het islam-terrorisme bestreden en bijna de enige zijn die betrouwbaar zijn en ze zich daarmee de bondgenoten van Amerika en Europa maakten en hen helpen terreur tegen te houden. En Ocelan is van vóór 2001, vóór de aanslag van 911 en het instorten van de twin towers van New York.
Aan het eind bedankte de presentator van DWDD zijn gast Beatrice en zei:'We gaan de boze geesten van Dostojewski lezen'.
Daar geloof ik niets van. Als hij eerst in het boek gebladerd had had je waarschijnlijk die zin niet uitgesproken. Maar misschien was hij meer onder de indruk van de verschijning van Beatrice dan van haar lezing. Alleen hij kan het weten.