12. jun, 2016

Een stille klap...

Rustig en benauwd is de zondagochtend. Het fietspad ligt te slapen onder een deken van wolken. Het waait niet. Alles lijkt vertraagd. Ik neem de route richting noord. Er passeren diverse auto's. Ze rijden richting de golfvelden. Ik adem hun uitlaatgassen. Een grijze bebaarde dakloze die altijd onder het viaduct slaapt is wakker. Ik zie alleen zijn hoofd met zijn zwarte muts. Hij is stil. Het lijkt of hij aan het bidden is. Aan de andere oever zitten vissers. Nog even verder in de uitgestrekte velden grazen de koeien. Ik denk aan de droom die ik een uur eerder droomde. In de droom was ik in een gebied waar gepicknickt werd. Het leek of het een Koerdisch feest was. De acteurs van mijn eerste speelfilm picknickten. Ze lijken net zo jong als 23 jaar geleden. De hoofdrolspeler was geen haar veranderd. Hij gaf me een hand en wilde zeggen dat ik niet gezond eruit zag maar hij slikte zijn woorden in. Ik voelde inderdaad dat ik me niet lekker voelde. Het leek of ik ongeneselijk ziek was. Ik zou snel doodgaan. Ik vond het normaal, althans niet erg.
Ineens rijdt een bestelbus, te snel, langs me heen en ik word bijna in de struiken geblazen. Even later zie ik het busje staan. De rijder sluit de achterdeur dicht en loopt met zijn golf-spullen naar het golfveld. Ik krijg zin om hem te roepen en uitschelden maar ik haal mijn schouders op. Op het busje staan de gegevens geschilderd, een schildersbedrijf. Als hij net zo snel schildert als hij rijdt dan zullen zijn klanten niet gelukkig zijn.
Ik loop met tempo door. De weg is smal. Een wervelgeluid komt dichterbij. Ik draai me om en zie een leger van fietsers racet. Ik maak dat ik niet in hun weg sta en ga de struiken in. Na een korte pauze volgt een andere groep en een motorpolitie. Ik ga een zijweg op. Het lijkt of de hele wereld op de racefietsen zit. Ook op dat pad passeren me vele fietsers.
Ik vlucht uit de verharde wegen en loop tussen bomen. Een man rent samen een grote witte hond me tegen. De hond komt op me af. Ik vind het niet fijn en loop door.
In een wijde veld, staan drie dames op leeftijd met vier honden te praten. Ze hebben plezier. Als de honden me zien aankomen rennen ze allemaal op me af. Ik sta en zeg:'oké, ga je gang. Knuffel maar, lik maar.' De dames lachen en ene zegt:'groot gelijk hebben ze hoor.' Ik groet ze en loop verder. Ik hoor gegiechel achter mijn rug. Een van de honden rent blaffend achter me aan. Ik draai me om en zeg streng: 'terug.' En hij rent terug.
Thuis, voor ik ga douchen, doe ik mijn mail open. Een bericht van het overleden van een collega werkt als een klap in mijn gezicht. De collega streed heel lang tegen een meedogenloze kanker. Hij verloor dus. Ik krijg een brok in mijn keel en kijk uit het raam. Op het water vallen druppels regen....