19. mei, 2017

Grenzen...

De grens. Alles heeft een grens. Er zijn natuurlijke grenzen. De grens van de nacht, van de macht, van de dag, van de onmacht en de grens van de vrijheid. De grenzen gaan vaak in elkaar over.

Ik ben te verstrooid om mijn gedachten op een rijtje te zetten, ze te begrenzen. Als ik mijn gedachten niet kan begrenzen heerst er chaos. Chaos is soms leuk en creatief maar er zijn ook grenzen aan de chaos. Als chaos een norm wordt dan is de orde ver te zoeken. 'Andersom' laat zich ook niet onderdrukken als er over haar grenzen gegaan wordt. Het geduld heeft ook haar grenzen en verandert soms in een kort lontje. 

Ik ben op reis, werk-reis dicht bij de Duitse grens. Ik wandel om mijn indrukken van het Symposium die ik bijwoonde met de de bomen en de regen te delen. Het natuurgebied is dicht bebost, in de regen lijkt het alsof het avond terwijl de zon officiel nog uren heeft om er onderdoor te gaan. Ik loop naar de Duitse grens, door de Vrijheidsweg. Het is geen grap. Dat nu Nederland en Duitsland de beste twee bondgenoten zijn, ook op militair gebied, wil niet zeggen dat de Nederlanders de naam van de weg gaan veranderen. De twee starten (wegen) lopen in elkaar over. Nederlanders zijn niet over hun grenzen gegaan om de weg in hun stad, het Nederlandse grondgebied Vrijheidsweg te noemen. Ik vind het slim, niet subtiel maar moet je met de agressor subtiel omgaan? Om er zeker van te zijn dat ik de Duitse grens gepasseerd ben vraag ik een oud echtpaar die tweedehands spullen verkoopt of ik op de Duitse grondgebied sta. Ja, zeggen ze. Ik denk aan van Kooten en De Bie en hun satirische act over de "dappere" Nederlanders die een Duitse soldaat de verkeerde kant hadden opgestuurd en dat beschouwen ze, zelfs na een half eeuw, nog steeds als een heldendaad. Er zijn er grenzen, denk ik. Maar wie ben ik om mijn gedachten te begrenzen. In feite ben je machteloos ten opzichte van je gedachten die soms dik over hun grenzen gaan. 

Ik kom nat terug naar mijn hotelkamer, eigenlijk bekaf en val in slaap. Tijdens mijn slaap hoor ik steeds vrouwen praten, ze praten Russisch. Door vermoeidheid slaap ik verder en weet niet waar ik ben. Als ik een paar uur later de trap neem naar beneden zie ik een Russisch echtpaar. Hoe weet ik dat ze russen zijn? Omdat ze Russisch praten. 

Tegenover mijn tafel zitten twee Russische jonge vrouwen. Een jonge man met een dikke buik komt ze halen. Door het raam van het restaurant zie ik ze in een taxi stappen. De meeste hotelgasten lijken Russen en Duitsers. Opvallend dat de Duitsers behoorlijk dik zijn. 

Ik denk dat ik maar weer de regen in moet, het bos dat mijn gedachten, de chaos in mijn hoofd wil absorberen.