16. jun, 2017

De mens stamt niet van één Eva!

In de zomer komt de zon heel vroeg op. Ik word wakker, vóór vijf uur. Licht of géén licht, ik slaap overal en in alle omstandigheden. Het zijn namelijk de dromen of de gedachten die mij vroeg in de ochtend mij uit mijn bed schoppen. Van de dromen herinner ik me weinig, bijna niets. Dat geldt niet voor de nachtmerrie die me al een paar keer lastig valt. De nachtmerrie maakt zich zo vertrouwd waardoor wij het Stockholm-syndroom hebben ontwikkeld. Ja, ik ben gehecht geraakt aan mijn nachtmerrie, een heftige soort haat-liefde. 

Vroeg wakker heeft zijn voordelen. Je kunt filevrij rijden en in minder dan twee uur van Amsterdam in de buurt van Maastricht arriveren, ruim tweehonderd kilometer. En als je thuis werkt dan heb je uren voorsprong. Maar natuurlijk voor je aan het werk gaat ga je eerst de hond uitlaten. "Mijn hond" is klein en lief. Bijna de hele buur is verlief op hem. Hij houdt vreselijk van aandacht, aaien en knuffelen. Het maakt hem niet uit wie hem aait, als hij maar geaaid wordt. Bij het uitlaten zie ik een hele kleine gele bloem, eenzaam in een zee van groen. Het enige bloemetje in een lange rij struiken. Spontaan en gedachteloos pluk ik het gele bloemetje af. Ik krijg meteen spijt. Wat moet ik met het bloemetje? Even verder zie ik een mierenkolonie die hun zandheuvels op het voetpad hebben gestald. Ik leg het kleine gele bloemetje op de heuvels van de mierenkolonie in de hoop dat de mieren er wat aan zouden hebben. Wat? Geen idee. Het kleine bloemetje is vele malen groter van de mierenkolonie. Als de hond het ziet gaat hij snuffelen aan de mieren en ik ben bang dat hij ze opeet of opsnuift. Blijkbaar vind hij de geur van beide niet oké en gaat verder op het gras door zijn achterpoten zakken, naar de hemel kijken en een droge drol uitwerpen. Het woord relativeren overvalt me. Niet tijdens de blik van de hond richting de hemel maar wel toen hij met zijn neus aan de zandheuvels van de mierenkolonie snoof. Zo'n klein hondje is voor de mieren een reus. De mens is voor de hond een reus. Een olifant, vergelijken met de mens, is een reus. En hoe groot zal de schepper moeten zijn? Dat vroeg ik me af. Ik vraag me vanaf mijn zesde levensjaar al. Afgelopen tijd heb ik regelmatig gevlogen en in de lucht regelmatig de vraag gesteld of er één schepper is van het helemaal zoals de heilige boeken beweren. Als dat zo is moet Hij (misschien Zij) een gigantisch gevoel voor humor en drama hebben. Hij moet dan, ondanks zijn grote fantasie en creatievermogen, een groot kind zijn zoals Trump of de Noord Koreaanse Kim die ook van vernietigen houdt. 

Ik twijfel eraan dat het heelal door maar één schepper is gemaakt. Niet omdat het leven uit vele diverse wezens bestaat, variërend van bacteriën die onzichtbaar zijn voor het menselijke oog tot bijvoorbeeld giraffen en olifanten en daarvoor dino's. 

Als het verhaal van Adem en Eva klopt, het verhaal dat door alle religiën beweerd wordt, waarom zijn de mensen dan zo verschillend? Want als het verhaal klopt dan zijn we allemaal van en uit Adem geboren. Dan zou zelfs Eva uit Adam geboren zijn. Zij was immer een van Adam's ribben. En daar begon: 'Naai jezelf'. Wij zijn dus het product van incest. 

Kinderen die uit één en dezelfde man worden geboren kunnen geen verschillende kleuren en DNA hebben. Dat kan misschien wel maar dan hebben de heilige boeken niet verteld dat naast de enige bekende Eva die met een slang vreemdging de enige is die uit een rib van Adam gemaakt was maar dat er van alle andere ribben er verschillende Eva's zijn gemaakt. De schepper zou dus Adam en alle Eva's uit het paradijs hebben verbannen, niet naar dezelfde plek waar Adam met zijn vrouwtjes zijn gang kon gaan maar hij moeite moest doen om hen op te zoeken en te vinden. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de laatste wetenschappelijke ontdekking die beweert dat de mens, de oer mensen bevond zich eerst in Marokko, duizenden jaren eerder dan de andere oermensen elders. 

Het is niet mijn bedoeling om het Marokkaans feestje te verpesten.