16. mrt, 2019

Reisverslag naar Koerdistan

Vijfentwintig dagen in Koerdistan waarvan tweeëntwintig in de Koerdische hoofdstad Erbil en twee nachten in Duhok, mijn geboorte district. Wat is er van die tijd blijft hangen? 

Een reconstructie. 

De vlucht met Lufthansa ging via Frankfurt. Binnen veertig minuten landen we in Frankfurt maar de reis met de bussen naar transit duurde bijna net zo lang als de vlucht van Amsterdam. Frankfurt leek op een doolhof. Trap op, trap af en kilometers lang lopen. Uiteindelijk bij de gate gekomen. Hier ook geen slurf maar met de bussen. Weer een lange rit naar het vliegtuig. Het vliegtuig was derde niet gevuld. Rond de 50 passagiers. Ik lag soms op drie stoelen en probeerde te slapen. Het lukte niet, door de vliegangst. Ik kon me niet concentreren en dus ook niet schrijven. Ik keek wel uit het raam en zag een vliegtuig dat akelig dicht bij ons vloog, voor ons en iets hoger dan wij. Beide vliegtuigen hielden dezelfde snelheid en afstand. Ik keek over de zwarte zee waarna ruim anderhalf uur boven gigantisch gebergte dat bedekt was met sneeuw, wit als de koeienmelk. De info in het tijdschriftje over type vliegtuig waarmee we vlogen stemde me niet vrolijk. Ik heb een berekening gemaakt en omdat het vliegtuig een bereik van 3.600km heeft kon het nauwelijks (als het 840km per uur vliegt) vier uur overbruggen. Maar we kwamen boven de Koerdische hoofdstad zonder problemen en konden niet landen. We maakten rondjes van maar liefst 40 minuten. En de hele tijd dacht ik aan de leeglopende tank van het vliegtuig en of de pilot wel kijkt of er genoeg brandstof in zijn vliegtuig zit. 

De opluchting was groot als we landen maar als ik in het hotel ontdek dat ik mijn iPad in het vliegtuig achter had gelaten kreeg ik een acute buikkramp. Ik, die altijd kan slapen, kan door het gemis van mijn iPad nauwelijks in slaap vallen. Ik fantaseer mijn geliefde iPad in de handen van de geheime agenten. Gelukkig kon ik hem volgende dag ophalen op het vliegveld. Hij was bijna gestikt in het plastic waarin hij gevangen was genomen. Ik verscheurde de zak en rook aan mijn iPad. Ik heb hem al vijf jaar en wij zijn gewend aan elkaar geraakt. Hij weet alles van me en ik weet waar ik mijn documenten heb opgeslagen. 

Afspraken maken in Koerdistan is bijzonder en heeft een aparte charme. Je kunt geen afspraak van te voren plannen. Diegene die ik wilde interviewen zeiden als ik in de stad ben kon ik bellen en dan kon ik pas de afspraak maken, op dezelfde dag of een dag later. Maar voor hetzelfde kan hij zijn telefoon uitgezet hebben of elders, in een ander stad zijn.

De eerste afspraak lukte. De cameraploeg was onervaren (dom heb ik blindelings op de producer vertrouwd) en hadden ruim twee uur de tijd nodig om het licht en geluid voor elkaar te krijgen. De man die ik interviewde heeft zeer belangrijk rol gespeeld in de Koerdische opstanden tussen 1962 en een decennia geleden. Hij was een naaste medewerker van de legendarische Koerden leider Mullah Mustafa Barzani die inmiddels veertig jaar geleden aan kanker overleed, notabene in Amerika, het land dat hem en zijn volk verried en steeds verraadt. De man kon moeilijk praten omdat hij een broertje had gehad. En ruim twee uur wachten op de bouw van het licht deed hem niet echt vlammen. Hij had een engelengeduld en toen we klaar waren zei hij dat hij alleen woont in dat groot huis. Zijn vrouw was een jaar eerder heen gegaan. 

Terug van het interview keek ik naar de beelden en ik schrok me de tering. Twee van de drie camera’s waren overbelicht. Gelukkig was de camera die op hem gericht was niet overbelicht en mijn iPhone had ik ook op een statief, aan het werk, gezet. 

De dag erna was noodgedwongen de cameraploeg te ontslaan. 

In het hotel had blijkbaar een hele strenge griepvirus zich in mijn lichaam genesteld. Mijn spieren konden het uitschreeuwen van pijn en koorts. Zeven dagen en zes nachten hield het bed me vast in de grote en eenzame hotelkamer. Het eten werd gebracht en de beddengoed was telkens kletsnat. Op de zevende dag besloot ik naar buiten te gaan, weer aan het werk. 

Ieder interview zoog energie uit me weg en de virus kon weer aan kracht winnen. Gember, hete Spaanse peper, paracetamol en veel water hielpen me in de strijd. 

 

Als je naar een restaurant gaat krijg je eerst een kop hete soep en diverse salades en andere lekkernij. Je bent vol  voor het hoofdgerecht op tafel wordt gezet. Het hoofdgerecht is genoeg voor twee of drie personen. Er blijven altijd veel restanten over. Waarvoor die gebruikt worden? 

Nee, ik wil niet klagen over het te veel eten maar als je niet oplet ben je kilo’s zwaarder, ziek en dik, tenminste als je jouw boord leeg moet eten. Gelukkig was ik niet verplicht om het te doen maar toch eet je iets meer dan normaal want je bent toch geïntegreerd als Nederlander en een goede Nederlander eet wat hij voor betaald heeft. 

 

Het verkeer is ronduit chaos en levensgevaarlijk. De wegen zijn erg slecht waardoor dagelijks slachtoffers vallen. Als ik na een vermoeide dag mijn hoofd op de kussen zette begon ik in mijn dromen steeds te remmen. 

Twee uur tijdverschil bracht me in een toestand van verwarring. Ik leefde in beide tijden tegelijk. Elke vrijdag was ook zondag in mijn hoofd.

Op 5 maart had ik een zware opname dag waar we ook nog zeven uur door het gebergte moesten rijden maar ik wilde live naar de wedstrijd van Real Madrid en Ajax kijken die om 23:00 uur begon. Niemand was in hotellobby behalve twee hotelmedewerkers. Het moet dan bizar zijn voor die twee om een grijze man te zien die in zijn eentje vier keer moest in de lucht springen, schreeuwen en rondjes dansen. 

Uiteindelijk gingen die vijfentwintig dagen en vierentwintig nachten voorbij. 

Het vliegtuig naar Wenen was weer voor twee derde leeg. De vlucht duurde vier uur. In die vier uren ging ik twee keer naar de wc en elke keer zat dezelfde jonge vrouw voor me en had een berg stront achtergelaten met veel toiletpapier erop zonder door te spoelen. 

In de vlucht tussen Wenen en Amsterdam zat ik naast een vrouw die haar stinkende schoenen uit deed en ik vaak naar haar gekleurde wollen sokken moest kijken. 

Amsterdam ontving me met een rukwind en bespoot me met zachte regen.

Heerlijk terug te zijn maar na een dag verlang ik weer om op reis te gaan, naar de zee en zon.