Column

12. apr, 2020

Opgesloten aan zee

 

Op het jaar 2020 had ik me verheugd. Waarom? Wegens de cijfers, het getal. Er is een balans in de cijfers. 2020 begon in Nederland met slecht weer. Eigenlijk het was een voortzetting van het weer dat al twee maanden slecht was. De zon verkeerde in een diepe depressie, de wind en de wolken domineerden het land. Om depressies tegen het lijf te gaan fietste ik elke dag een klein uurtje. Er kwam slecht nieuws uit het verre oosten, uit China dat er een virus is dat Corona heet. Niemand nam het serieus en ik bleef elke dag fietsen, als medicijn tegen eventuele griep. En de verslapping van de spieren. 

Fietsen begon ik plichtmatig te doen en wilde even uit het eeuwig durende slecht weer en het slechte nieuws. Corona had Europa bereikt en ik zocht een plek waar het warmer is. De weer-app gaf weken lang aan dat in Spanje warm en zonnig was. Ik boekte een vlucht en wilde ruim drie weken aan de warme Spaanse zee vertoeven. Corona verharde in haar macht en veroverde steeds nieuwe landen. Iedereen besefte dat het serieus is en voelde het gevaar steeds dichterbij komen. De vlucht heb ik niet geduelleerd.
Eenmaal in Spanje veranderde het mooie weer in regen en wind. Toch genoot ik vier lange dagen van de zee, zitten op de rotsen, turen naar de zee, wandelen en staan in het zeewater. Ineens besloot de Spaanse regering alles op slot te doen. De toegangen tot de zee, stranden en boulevard werden verboden terreinen. De winkels moesten sluiten. Kortom iedereen moest binnenblijven, ik ook. Dan word ik onrustig. Het mooie uitzicht op de zee, vanuit mijn balkon, bood geen troost. De zon bleef weg althans hield zich achter dikke wolken verbergen. De regen en de wind werden steeds agressiever. Het werd waterkoud. De flat waar ik verbleef begon leeg te lopen. Bijna iedereen vertrok. Van de 88 appartementen waren slechts nog 8 bezet. De wijk waar ik verbleef werd eenzaam. Niemand, bijna niemand mocht naar buiten. Mensen mochten even de hond uitlaten. Mijn vrijheid is beperkt.
De trappenhuis bood perspectief. Ik ging de trappenlopen, elke dag. Het waren twaalf verdiepingen. Ik klom drie omhoog en twee omlaag, bijna een uur lang. Mijn linkerknie begon te piepen en kraken. Ik negeerde de pijn en raakte verslaafd aan trappenlopen. Ieder keer voelde ik me even gelukkig en gezond, zeker na een warme douche.
Gember, citroen, uien, eiren, honing en veel eten werd een soort obsessie. De inspiratie voor creatief werk werd minimaal. Sommige dagen raakte ik mijn Macbook niet. Balkon-wandelen en balkon-dansen deden hun intrede. Gelukkig had ik mijn verrekijker meegenomen. Het balkon is een soort observatiepost geworden. Ik tuurde met de verrekijker om bewegingen langs en op zee te zien.
Als ik de vuilnis buiten moest zetten ging ik een ommetje doen met het gevaar op de bon geslingerd te worden. Voor Corona ben ik, met mijn mankementen, een ideale prooi en als Corona me zou vinden dan zou ik snel Voltooid-Verleden-Tijd gaan worden.
Na een week in Spanje kreeg ik een mail van de vliegmaatschappij dat ze niet meer gingen vliegen, dat ik wel een voucher zou kregen. Buiza wilde helpen repatriëren maar ik wilde niet mijn vakantie verbreken. Ik hoopte op het einde van de totale sluiting van Spanje maar die werd verlengd.
De zee waarnaar ik verlangde en vanuit het balkon er naar keek begon raar te doen. Het leek op hij wilde zeggen: ‘Ga weg man als je niet durft 150 meter af te leggen’.
Toen wist ik dat ik terug moet. In Nederland zou ik tenminste wandelen of fietsen.  Ik besloot gebruik te maken van de diensten van Buiza.

14. feb, 2020

Geboren worden op de Valentijnsdag is misschien leuk maar, door een hartaanval, op de Valentijnsdag sterven is niet leuk maar wel opvallend. Dat overkwam Ischa Meijer die een kwarteeuw geleden op zijn 52ste verjaardag stierf.
Dat hij na een kwarteeuw actueel blijft zegt veel over zijn kunnen en karakter. Hij was een goede en opvallende journalist, interviewer en schrijver. 
Bij het programma De Wereld Draait Door DWDD, dat na 15 jaar ophoudt te bestaan, was Connie Palmen, de voormalige vriendin van Ischa Meijer, te gast. Ze schreef, na zijn overleden, een boek over Ischa. Ze werd door de presentator Mathijs Nieuwkerk, een ster onder de interviewers, gevraagd om het denderende begin van haar boek voor te dragen. Dat deed ze gráág. Ik houd van schokkende starten van boeken en films maar dat begin stonk, letterlijk naar poep. Ze beschrijft een ontmoeting met Ischa waar ze zwijgend naar elkaar keken en tegelijkertijd in hun broeken deden. Geen druppels urine maar poep, gewoon in hun broeken gepoept. Ze beweerde dat het echt gebeurd was. Dat is een bijzonder verhaal maar is het schoon en smakelijk? Zouden ze hierna elkaar geknuffeld hebben. Gingen ze wel praten? Ischa Meijer kennende kon geen blad voor de mond houden. Maar misschien dachten ze beiden aan eigen stank, aan de plakkerige drollen die de reis over hun dijen richting hun broekspijpen begon? Blijkbaar had Connie zelf een string aan want ze wilde hierna wijde onderbroeken dragen.
In mijn roman Laatste Vlam begon ik ook met een schokkend beeld maar die stonk niet zo als die van Connie. Het ging niet om mezelf maar om twee bejaarde geliefden die op een vliegveld afscheid namen met een tongkus, maar ze doen eerst hun kunstgebitten uit.

Ischa Meijer interviewde me ook, op 29 april 1991. Hij kende Connie toen al vier maanden. Tijdens het interview zag ik dat hij zenuwachtig was en vuurde vragen op me. Blijkbaar een manier om je zenuwen beter onder controle te houden. Had hij bij die ontmoeting met Connie maar niet gezwegen. Maar alles heeft voor en nadelen. Als hij bij die ontmoeting niet had gezwegen had hij misschien ook niet in zijn broek gepoept, zoals Palmen in haar boek beweert.
Nee, zwijgen was niets voor Ischa.
Ik bewaar wel goede herinneringen aan zijn programma, aan zijn betrokkenheid met het onderwerp. Het programma ging over de exodus van Koerden in 1991 na dat de geallieerden onder leiding van Amerika de Koerden in de steek hadden gelaten en zij toen voor Saddam’s vernietig wapens massaal vluchtten.
Ik wil die dappere en brutale Ischa herinneren maar niet de zwijgzame schijtende Ischa.
Voor de geïnteresseerden voeg ik dit link toe, de link naar zijn programma waarin ik de hoofdgast was.: https://www.youtube.com/watch?v=JyLg5wFqaNU&t=116s

 

 

31. jan, 2020

Voor de koninklijke nieuwjaarsborrel van 2001 was ik, als voorzitter van de Vluchtelingen Organisatie Nederland, een van de uitgenodigden in het koninklijke paleis op de dam in Amsterdam. Na lang gestaan te hebben in de rij om Koningin Beatrix en de prinsen een hand te geven ging iedereen naar de zaal waar hapjes en drankjes werden geserveerd. Ineens stond ik oog in oog met wijlen Wim Kok, toen de premier van Nederland, en we schudden de handen en zeiden onze namen. In die drukke lawaaierige zaal, met glazen in onze handen, antwoordde ik op de vraag “waar komt u vandaan?” die me irriteerde, met een hoogst mogelijke beheersing, dat ik uit Koerdistan kwam. Gelukkig ging hij niet verder op in en vroeg niet uit welke deel van Koerdistan. Hij zei ook niet dat Koerdistan niet bestaat. Maar hij vroeg: ‘In welke taal droomt u?’ Ook die vraag had ik zo vaak gehoord waardoor ik, ondanks dat ik de tegenover de hoogste baas van Nederland stond, een lichte irritatie moest proberen te onderdrukken. Ik weet niet of dat helemaal gelukt is maar ik zei: ‘het ligt eraan wat je droomt. Het hangt af van het onderwerp en van mensen die je in je droom ziet.’ Hij keek me aan met licht verbaasde maar geïnteresseerde blik. Ik zei: als ik u in een droom zou zien, net als nu, ga ik niet met u in het Koerdisch praten. Hij moest even nadenken, wel met een glimlach op zijn gelaat. Ons gesprek strandde toen een lobbyist aandrong en hem een vraag stelde. Ik zag dat die lobbyist de premier niet makkelijk los ging laten. Ik ging verder met nippen aan mijn glas, stapelde oppervlakkige kennismakingen op en verzamelde visitekaartjes die ik nooit meer er naar keek.
Vannacht, of dat met de Brexit te maken heeft of niet, heb ik in een droom Engels gesproken, weliswaar steenkool Engels, maar toch Engels. Ik was uitgenodigd, ergens, een verhaal te houden. De bijeenkomst was buiten, op een boulevard, waar ik uitzicht had op een zee, een donkere zee. Het was regenachtig en ik vertelde mijn verhaal enthousiast en natuurlijk met een luide theatrale stem. Af en toe zocht ik naar een Engelse vertaling van een Nederlands woord dat ik in mijn hoofd maar dat hinderde niet dat er steeds meer mensen kwamen luisteren. Waar mijn speech overging? Joost mag het weten. Ik weet het echt niet meer.
In de ochtend kon ik niet ontsnappen aan het nieuws over de Brexit die morgen beging. De Britten vieren hun onafhankelijkheidseest van Europa. 
Diep in mijn hard ben ik jaloers op de Britten, jaloers op de macht die ze hebben maar vooral ben ik jaloers op de brutale durf waarmee ze hun macht uitoefenen, eigenlijk misbruiken.
‘Ikke, ikke en de rest mag stikken’, zo zie ik het. En dat is niet nieuw. De eeuwenlange koloniale geschiedenis van de Britten is bekend en schrikbarend.
Mede door de macht en de zeggenschap van de Britten blijven de Koerden eeuwig onderdrukt. Het zijn de Britten en de Fransen geweest die in 1916 de grenzen van het midden-oosten tekenden waardoor de Koerden het kind van de rekening werden. Nu de hoogste baas van GB een geblondeerde half-Turk is moeten de Koerden hun borst nat maken. Want?
De Turken en de Britten hebben dezelfde killersmentaliteit. De Britten proberen een beschaafd Europees gezicht te laten zien. Dat proberen de Turken ook maar omdat ze hun koloniale en bloeddorstige verlangen nu nog steeds uitvoeren valt de masker van de beschaving die ze proberen te dragen af.
Zou Boris Johnson zijn bloedverwant Erdogan helpen diens misdaden te camoufleren? Wordt Europa klem gezet tussen Turkije en GB, met in de verte de dreiging van de Russische Beer? 

 

1. dec, 2019

De beste Nederlandse documentaire van IDFA (International Docmentary Filmfestival Amsterdam) van 2019 is gewonnen door de Koerd Reber Dosky. Sinds 2016 valt Reber Dosky in de prijzen. Hij won in 2016, met zijn documentaire Radio Kobani, verschillende prijzen waarvan die van IDFA en een gouden-kalf. Zijn prijzenkast is daarna alleen maar voller geworden.
Reber Dosky leeft voor zijn vak, als filmer. Hij gebruikt zijn “Nederlandse” documentaires als ambassadeurs om het verscheurde Koerdistan en de onderdrukte Koerdische volkeren een stem te geven. Koerden vechten immers sinds mensenheugenis voor- en smachten naar de vrijheid.
De films van Reber gaan puur over de Koerdische issues, strijd en dilemma’s maar het zijn Nederlandse producties die de Nederlandse paspoort hebben, daar voor dank voor Nederland dat zeker een pluimpje verdient.
De documentaire is eigenlijk een soort speelfilm (in de positieve zin) met mooi camerawerk, mooi geluid en zeker mooie gecomponeerde muziek. Met lange vaste schots van de prachtige bergachtige natuur gecombineerd met idealistische poëtische teksten krijg je, als kijker, rust. Reber begint de film met een lange shot voor Sidik die in de sneeuw loopt. We horen de stem van Reber die vertelt dat hij in deze bergen was geboren. Gelijk hierna horen we de stem van Sidik, de hoofdpersoon, zijn verhaal vertellen.
Reber heeft heel veel ellende in zijn leven meegemaakt waardoor hij trouwma’s kreeg (dat vertelde hij in het gesprek na de vertoning). Het is zeer terecht dat hij die trouwma’s in zijn film gebruikt. Want dat werkt therapeutisch en het is eerlijk. Een voorbeeld hiervan is wanneer Reber, als regisseur, van achter de camera komt en een soort grafmarkering voor zijn opa maakt die in de strijd om bevrijding van Koerdistan was gevallen. Een emotionele scène en herkenbaar voor vele Koerden.
De ontmoetingen van Sidik met andere personen zijn mooi in beeld gebracht (een paar keer bij kampvuur) maar die blijven steken in idealistische, poëtische en belerende dialogen. Dat maakt van Sidik eerder een politieke-sprookjesfiguur dan een persoon van vlees en bloed die gedocumenteerd wordt.
Sidik heeft een gezin met twee jongens die liever met iPads en iPhone’s spelen dan naar de natuur kijken. Sidik blijkt welgesteld zijn. Hij rijdt in een auto en een huis. We zien hem een paar keer ook paard rijden. Kortom Sidik kan zich permitteren in Koerdistan in alle rust zijn zoektocht naar de panter voort te zetten.
Sidik’s uiterlijk is echter niet van iemand die dagen en nachten in de bergen doorbrengt. Hij is ook niet echt lenig en heeft moeite de berg bestijgen. 

Bijna aan het eind van de film is er plotseling een jonge vrouw die haar camera, net als Sidik in de bergen plaatst. Wordt ze een concurrent van Sidik? Worden die twee het symbool van de strijd tussen stad Sulaimaniyé en Barzan? Of gaan ze samen werken om de panter, de hoop van Koerdistan te vinden?
Deze documentaire van Reber vormt weer een stap in de vooruitgang van de Koerdische films en documentaires.  

Ga de film zien. Hij gaat volgend jaar in de Nederlandse bioscopen draaien!

27. okt, 2019

Voor de zoveelste keer zou de ISIS leider Al-Baghdadi gedood zijn. Hij zou door een speciale commando-operatie van de Amerikanen, in samenwerking met de Koerden, in de Syrische stad Idlib, gedood zijn. De terroristenleider en twee van zijn vrouwen zouden zichzelf hebben geëxplodeerd met vestbommen die ze droegen. 

De ISIS leider zou zich schuil hebben gehouden bij rivaliserende islamitische terroristische organisatie Al-Nusra die tegenwoordig Ahrar Al-Sham heet en samen met het Turkse leger tegen de Koerden vecht. Misschien was dat ook de reden dat de Amerikanen Erdogan niet op de hoogte hebben gehouden over hun plannen om de ISIS leider om te brengen. 

Daartegenover beweren de Turken dat zij samen met de Amerikanen de operatie hebben uitgevoerd. Trump zou een week eerder de opdracht hebben gegeven om de operatie uit te voeren. 

In ieder geval dit is een escape voor Trump om niet uitgezet te worden. Trump die de vriend en vijand steeds verbaasd met zijn “impulsieve” besluiten vindt is vol van zichzelf en alles prachtig wat hij doet, natuurlijk in het voordeel van Amerika. Maar is dat zo? Hij wil niet dat de Amerikaanse militairen, als politiemacht voor altijd tussen Turkije en de Koerden fungeren. Dat vond hij een goede reden om zijn Koerdische bondgenoten een dolk in de rug te steken. Hij was trots op zijn bedrog omdat volgens zijn logica ‘alles gaat om geld’. Op hetzelfde moment dat hij beweerde zijn troepen in Noord-oost-Syrië terug te trekken omdat zijn militairen niet langer van huis mogen blijven stuurt hij het driedubbele naar Saudi-Arabië. Hij beweert dat hij de Koerden dik heeft betaald voor hun deelname aan de oorlog tegen ISIS. Hij ziet ze ineens als geen engelen en beschuldigd ze zelfs van terrorisme, dat ze (iig PKK) slechter zijn dan ISIS.
Ja, in de logica van Trump zou deze zin perfect passen: ‘als je jouw vriend een dolk in de rug steekt is beter om hem te gaan natrappen.’
Trump is trots dat er geen enkele Amerikaanse militair in Syrië gesneuveld. Maar hij heeft het niet over de ruim 11.000 dode koerden en 24.000 gewonden die tegen ISIS hebben gevochten. De recente Amerikaanse terugtrekking uit Koerdische gebieden, dat vriend en vijand de wenkbrauwen deed omhoog schieten, ging ten koste van honderden burgerslachtoffers. Turkije voerde in die gebieden een smerige oorlog tegen de koerden onder de naam ‘Vredesbron’ waarbij ze verboden wapens gebruikte en andere oorlogsmisdaden zijn begaan. Trump vond alles oké want de Turken zijn zijn echte vrienden. Hij heeft immers zijn hotels een paar jaar eerder in Turkije geopend. Zijn hotels zijn meer waard dan het leven van een volk dat Koerden heet.

Soms verbaas ik me over de kennis van Trump. Hij beweerde onlangs dat Amerika al meer dan duizend jaar goede relaties met Italië onderhoudt terwijl Amerika een paar honderd jaar bestaat. Zijn uitspraak dat de Koerden in de tweede wereld oorlog in Normandie Amerika niet hebben geholpen was er ook een om in te lijsten. Ik geloof dat wanneer Trump de komende Amerikaanse verkiezingen gaat winnen bespoedigd hij het verval van Amerika. Zijn slogan van ‘America first’, wordt dan ‘America first down.’ Maar ik kan er naast zitten want mijn logica afwijkt van die van Trump en de politici.